Prosocial

Soms kom je iets tegen dat allerlei ideeën en verlangens met elkaar verbindt. ‘Prosocial’ is voor mij zo’n concept, kort gezegd een visie op/manier van samenwerken. Ik word enthousiast van het gedeelde ‘purpose’ van een groep. Het combineert écht iets bereiken – presteren – met autonomie en gelijkheid. Het heeft een stevig fundament: o.a. van een Nobelprijswinnares in de economie, evolutionaire psychologie en Acceptance & Commitment Therapy. En er zijn aanknopingspunten om in praktijk te brengen (hoewel daar nog meer mee kan, geloof ik). In een serie blogs leg ik uit wat Prosocial is en wat je ermee kunt.

Het basisidee: tragedy of the commons en een nobelprijs

Als mensen samenwerken in een groep, dan dreigt al gauw competitie. Het sociale dilemma van de tragedy of the commons is een helder voorbeeld. Als dorpelingen een gedeelde weide hebben om hun schapen te laten grazen, zullen ze allemaal steeds meer dieren nemen. Dat geeft immers meer winst voor henzelf, terwijl ze nauwelijks last hebben van de (gedeelde) kosten. Totdat de weide is uitgeput… De klassieke oplossing hiervoor is privatisering – als iedereen een eigen stukje weide heeft zal men er goed voor zorgen – óf een sterke overheid die regels instelt en handhaaft. Elinor Ostrom won echter haar Nobelprijs door te laten zien dat er wereldwijd gemeenschappen prima om weten te gaan met gedeelde bronnen zoals zo’n weide of een waterput. Zonder privatisering, zonder gecentraliseerde macht en zonder de bron uit te putten. Zij onderzocht deze groepen en formuleerde een aantal principes waar die prosociale gemeenschappen aan voldeden. Dit is door Paul Atkins, David Sloan Wilson en Steven Hayes uitgewerkt tot de core design principles van Prosocial (die volgen verderop, maar eerst een waardevol inzicht uit de evolutieleer).

Evolutie van samenwerking en competitie

Mensen zijn sociale wezens. Tegelijk kunnen we competitief en egoïstisch zijn. Hoe zit dat? Sloan Wilson & Wilson vatten dat krachtig samen in de volgende quote:

Selfishness beats altruism within groups. Altruistic groups beat selfish groups. Everything else is commentary.

Sloan Wilson & Wilson

De logische gedachte is dat zowel samenwerking als competitie door evolutie in ons gebakken zitten. Binnen een groep ‘scoor’ je beter als je voor jezelf kiest. Maar de groep die goed samenwerkt ‘scoort’ weer ten opzichte van groepen van egoïsten. Op een hoger niveau werkt dat hetzelfde: een groep die voor zichzelf kiest ‘wint’ van een samenwerkende groep, maar een verzameling samenwerkende groepen (denk aan een organisatie met veel teams, of een land) werkt beter dan een verzameling losse groepen.

De uitdaging is: hoe zorg je voor die prosociale samenwerking? Hoe krijg je mensen zover om voor het collectief te kiezen? De core design principles gebaseerd op het werk van Ostrom zijn een handleiding.

De core design principles van Prosocial

  1. Een gedeelde identiteit en doel (purpose). Dat maakt duidelijk wie er in de groep zitten (en wie niet).
  2. Eerlijke verdeling van kosten en baten. Hoeveel doe je voor de groep en hoeveel krijg je van de eventuele opbrengsten of voordelen? Voelt dat eerlijk voor alle groepsleden?
  3. Rechtvaardige, inclusieve besluitvorming. De wijze van besluitvorming wordt gezien als rechtvaardig en iedereen kan hier (op een gepaste manier) aan bijdragen (door te stemmen, of door inspraak, of op andere manieren).
  4. Monitoren van afspraken: als je samen besluit hoe je wilt werken, dan is het belangrijk dat iedereen zich daar aan houdt. Hoe houden jullie dat in de gaten? Niemand hoeft ‘politieagentje te spelen’, maar prosociale samenwerking is ook niet houdbaar als iedereen kan doen waar die zin in heeft.
  5. Geleidelijk reageren op helpend en niet-helpend gedrag. Wat gewenst gedrag is, hangt af van het gedeelde purpose en de onderlinge afspraken. Bekrachtig gewenst gedrag en reageer op ongewenst gedrag. Niet direct door te straffen, maar eerst door in gesprek te gaan: begrijp je elkaar goed? Waarom doet iemand dat? Vervolgens is ingrijpen ook goed: je laat samen zien dat gezamenlijke afspraken waarde hebben.
  6. Snelle, rechtvaardige conflictoplossing. Als er onenigheid is, laat het dan niet sudderen. Een eerlijke, breed gedragen en snelle aanpak maakt samenwerking makkelijker en prettiger.
  7. Recht op zelfbestuur volgens de bovenstaande principes. Dat betekent niet dat alleen zelfsturende teams prosociaal kunnen zijn, maar wel dat een bepaalde mate van autonomie nodig is om als team tot deze vorm van samenwerking te komen. Daarnaast vergroot het betrokkenheid van de teamleden.
  8. Samenwerkende, prosociale relaties met andere groepen. Dit principe draait om ‘opschalen’: van een groep individuen ga je naar een groep van groepen. Een organisatie met tien teams, waarbij zowel binnen de teams als tussen de teams prosociaal wordt samengewerkt.

Deze principes vergen wat voorbereidingen – gezamenlijk bepalen van purpose en afspraken bijvoorbeeld. Daarnaast moet het ingepast worden in de manier van werken. Prosocial biedt geen handleiding van vaste overlegstructuren waar je de verschillende principes bewaakt, maar wel handvatten om een begin te maken.

In het kort

Prosocial is een gedachtegoed over het prosociaal samenwerken. Daarmee krijg je het beste van twee werelden: je haalt het beste in elkaar naar boven en zo ben je als team in staat tot goede prestaties. En tegelijkertijd doe je dat samen, vanuit gedeelde waarden en in verbinding met elkaar. De principes geven een eerste handvat om prosociaal te worden.

Lees ook deze blog: samenwerken vanuit gedeeld purpose

Meer weten over prosocial? Sparren om te kijken of het iets voor jou en je team/organisatie is? Neem contact op, of mail (info@msteeneveld.nl) vooral!